Hoewel de goudstandaard al meer dan vijftig jaar achter ons ligt, spelen centrale banken nog altijd een belangrijke rol in de wereldwijde goudmarkt. Gezamenlijk beheren zij duizenden tonnen fysiek goud en hebben zij de afgelopen jaren juist meer bijgekocht. Die ontwikkeling zegt veel over hoe het metaal binnen het moderne financiële systeem wordt gewaardeerd. In deze uitleg leest u hoe centrale banken goud inzetten als reserve, welke cijfers daarbij horen en hoe Nederland zich daartoe verhoudt.
Voor een centrale bank is goud geen belegging in de klassieke zin, maar een strategische reserve. Het metaal vervult een rol die andere activa niet eenvoudig kunnen overnemen.
Goud is niet afhankelijk van een tegenpartij. Er is geen onderneming, overheid of bank die het moet terugbetalen. Het kan niet failliet gaan en kan niet door een andere partij worden gecreëerd. Bovendien wordt goud al eeuwenlang wereldwijd erkend en geaccepteerd als waardemiddel.
In periodes van financiële of geopolitieke spanning, waarin vertrouwen in valuta onder druk kan komen te staan, biedt dat een bepaalde mate van stabiliteit.
Centrale banken zien goud daarnaast als onderdeel van hun onafhankelijkheid. Reserves in vreemde valuta, zoals dollars of euro’s, kunnen onder bepaalde omstandigheden worden bevroren of gesanctioneerd. Fysiek goud in eigen beheer is daar minder gevoelig voor.
De totale officiële goudreserves van centrale banken wereldwijd bedroegen in september 2025 circa 36.359 ton, volgens cijfers van het Internationaal Monetair Fonds. Daarmee zijn centrale banken gezamenlijk de grootste institutionele houders van fysiek goud. De grootste afzonderlijke reserves zijn die van de Verenigde Staten, met ruim 8.100 ton, gevolgd door Duitsland, Italië, Frankrijk en de Russische Federatie.
Een groot deel van deze reserves is opgebouwd in het tijdperk van de goudstandaard en wordt sindsdien aangehouden als onderdeel van het reservebeleid.
De Nederlandsche Bank (DNB) houdt ruim 600 ton goud aan. Bij de huidige goudprijs vertegenwoordigt dit een waarde van tientallen miljarden euro.
De voorraad is verspreid opgeslagen over vier locaties: Zeist, Londen, Ottawa en New York. Deze spreiding is bewust gekozen om geopolitieke risico’s te beperken.
Sinds mei 2023 is een aanzienlijk deel van het Nederlandse goud ondergebracht in het nieuwe Cashcentrum in Zeist. DNB omschrijft goud in haar eigen communicatie als een anker van vertrouwen en een ultieme reserve die waarde kan behouden in tijden van crisis.
Centrale banken zijn de afgelopen jaren niet alleen langetermijnhouders, maar ook actieve kopers van goud.
Volgens de World Gold Council kochten zij in 2022, 2023 en 2024 elk jaar meer dan 1.000 ton goud. In 2025 bedroeg de totale aankoop 863 ton, ruim boven het historische jaargemiddelde van 473 ton over de periode 2010 tot en met 2021.
Deze aankopen komen voor een belangrijk deel uit opkomende economieën. Polen was in 2025 met 102 ton de grootste koper, gevolgd door Kazachstan met 57 ton en Brazilië met 43 ton.
De beweegredenen verschillen per land. Sommige landen bouwen reserves op om minder afhankelijk te worden van de dollar. Andere landen zien goud als bescherming tegen geopolitieke onzekerheid of als aanvulling op bestaande reserves.
Uit een jaarlijkse enquête van de World Gold Council blijkt dat 43 procent van de ondervraagde centrale banken verwacht hun goudpositie verder uit te breiden. Dit is het hoogste niveau sinds het onderzoek wordt uitgevoerd.
De aankopen van centrale banken vormen een structurele vraagcomponent binnen de goudmarkt. Met jaarlijkse aankopen van honderden tot meer dan duizend ton hebben zij een blijvende invloed op de vraag naar fysiek goud.
Deze vraag is doorgaans minder gevoelig voor korte termijn prijsbewegingen, omdat reservebeleid gericht is op de lange termijn.
Voor marktpartijen onderstreept dit dat goud binnen de officiële financiële infrastructuur nog altijd een erkende rol speelt. Voor meer inzicht in hoe goud zich door de tijd heeft ontwikkeld, zie ook de pagina over de historische goudprijs.
De rol van centrale banken biedt vooral context. Zij laten zien dat goud binnen het moderne financiële systeem wordt gebruikt als een activum dat onafhankelijk functioneert van valuta, bedrijven en overheden.
Dat is geen aanbeveling om goud aan te kopen, maar het plaatst de positie van goud binnen een breder perspectief.
Wie zich verder wil verdiepen in hoe fysiek goud wordt toegepast binnen vermogen, kan kijken naar de pagina over beleggen in goud, waarin de praktische en structurele kenmerken verder worden toegelicht.
Hoeveel goud heeft Nederland precies?
De Nederlandsche Bank houdt 612,45 ton goud aan, opgeslagen in Zeist, Londen, Ottawa en New York.
Waarom kopen centrale banken zoveel goud?
Belangrijke redenen zijn spreiding van reserves, minder afhankelijkheid van de fiat-valuta en bescherming tegen geopolitieke risico’s.
Verkopen centrale banken ook goud?
Dat komt voor, maar in de afgelopen jaren zijn centrale banken per saldo netto koper. Verkopen zijn meestal beperkt en afhankelijk van nationaal beleid.