Wat is de goudstandaard en waarom bestaat die niet meer?

Meer dan een eeuw lang vormde goud de fysieke basis van het internationale geldstelsel. De waarde van een munt hing rechtstreeks samen met een vaste hoeveelheid edelmetaal in de kluizen van centrale banken. Op 15 augustus 1971 kwam daar definitief een einde aan. Sindsdien zijn vrijwel alle grote valuta niet meer gedekt door goud. In deze uitleg leest u wat de goudstandaard inhield, hoe het systeem functioneerde, waarom het is losgelaten en welke rol goud vandaag de dag nog speelt binnen het financiële systeem.

De gedachte achter een goudstandaard

Onder een goudstandaard verplicht een land zich om zijn munt in te wisselen tegen een vaste hoeveelheid fysiek goud. Een dollar of gulden fungeerde daarmee in feite als een tegoedbon op een specifieke hoeveelheid goud bij de centrale bank.

Wisselkoersen tussen landen lagen daardoor grotendeels vast, omdat elke munt uiteindelijk werd uitgedrukt in hetzelfde edelmetaal. Doordat goud niet onbeperkt beschikbaar is, legde dit systeem een natuurlijke rem op geldcreatie. Overheden konden niet zomaar meer geld in omloop brengen zonder dat daar voldoende goudreserves tegenover stonden.

De klassieke goudstandaard (1870 tot 1914)

De klassieke goudstandaard kwam rond 1870 tot ontwikkeling. Duitsland schakelde na de Frans-Duitse Oorlog over op de goudmark, waarna andere Europese landen en de Verenigde Staten volgden.

Er ontstond een internationaal systeem met stabiele wisselkoersen, waarin handel tussen landen werd vereenvoudigd doordat transacties indirect op goud waren gebaseerd. Deze periode wordt in de economische geschiedenis vaak gezien als een tijdperk van relatieve monetaire stabiliteit.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 kwam hier abrupt een einde aan. Landen hadden meer financiële middelen nodig dan hun goudreserves toelieten en lieten de goudstandaard los om de oorlog te kunnen financieren.

Het Bretton Woods systeem (1944 tot 1971)

Na de Tweede Wereldoorlog werd in 1944 in het Amerikaanse Bretton Woods een nieuw internationaal monetair systeem ingericht. De Amerikaanse dollar werd gekoppeld aan goud tegen een vaste koers van 35 dollar per troy ounce. Andere valuta werden op hun beurt gekoppeld aan de dollar.

In theorie konden overheden hun dollarreserves inwisselen voor fysiek goud bij de Amerikaanse centrale bank. Decennialang zorgde dit systeem voor stabiele wisselkoersen en een relatief voorspelbaar internationaal betalingsverkeer.

Tegen het einde van de jaren zestig kwam het systeem onder druk te staan. Amerikaanse uitgaven aan binnenlandse programma’s en de Vietnamoorlog leidden tot een groot overschot aan dollars buiten de Verenigde Staten. Verschillende Europese landen, waaronder Frankrijk, begonnen hun dollarreserves daadwerkelijk om te zetten in goud, waardoor de Amerikaanse goudvoorraad snel afnam.

15 augustus 1971: de Nixon Shock

Op 15 augustus 1971 kondigde de Amerikaanse president Richard Nixon aan dat de dollar niet langer inwisselbaar zou zijn tegen goud. Deze gebeurtenis staat bekend als de Nixon Shock en betekende in de praktijk het einde van het Bretton Woods systeem.

Vanaf dat moment functioneerden de grote valuta binnen een zogenoemd fiat systeem. Geld werd niet langer gedekt door een fysiek onderliggend activum, maar ontleent zijn waarde sindsdien aan vertrouwen in de uitgevende centrale bank en de achterliggende economie.

Wat zijn de gevolgen geweest?

Het loslaten van de goudstandaard heeft structurele gevolgen gehad voor het monetaire systeem. Centrale banken kregen meer ruimte om monetair beleid te voeren en konden flexibeler inspelen op economische ontwikkelingen. Wisselkoersen worden sindsdien grotendeels bepaald door vraag en aanbod op de valutamarkt.

Tegelijkertijd is geldcreatie niet langer gebonden aan fysieke reserves. Over langere perioden is zichtbaar dat valuta hierdoor aan koopkracht hebben ingeleverd. Een euro of dollar van tientallen jaren geleden vertegenwoordigt vandaag minder koopkracht dan destijds.

In die context wordt goud door veel marktpartijen gebruikt als referentiepunt voor waarde over de lange termijn. Daarbij gaat het niet om vaste uitkomsten, maar om het feit dat goud een fysiek activum is dat niet kan worden bijgedrukt en losstaat van monetair beleid.

Waarom is goud nog altijd relevant?

Hoewel geen enkel groot land vandaag nog een formele goudstandaard hanteert, speelt goud nog steeds een rol binnen het financiële systeem. Centrale banken wereldwijd houden aanzienlijke hoeveelheden fysiek goud aan als strategische reserve.

In 2022, 2023 en 2024 kochten centrale banken elk jaar meer dan 1.000 ton goud. Dit onderstreept dat goud ook binnen een fiat systeem wordt gezien als een activum dat niet afhankelijk is van een tegenpartij, schuldenaar of valuta.

Voor wie zich verder wil verdiepen in de manier waarop goud vandaag wordt toegepast binnen het monetaire systeem, biedt het kennisbank-artikel over de rol van centrale banken in de goudmarkt aanvullende context.

Veelgestelde vragen over de goudstandaard

Wanneer is de goudstandaard precies afgeschaft?
Op 15 augustus 1971 beëindigden de Verenigde Staten de inwisselbaarheid van dollars tegen goud. In de jaren daarna stapten andere landen definitief over op een fiat systeem.

Is fiat geld hetzelfde als waardeloos geld?
Nee. Fiat geld is wettelijk betaalmiddel en wordt wereldwijd geaccepteerd. De waarde is gebaseerd op vertrouwen in de uitgevende instantie en de economie.

Waarom werd de goudstandaard losgelaten?
Het systeem beperkte overheden en centrale banken in hun mogelijkheid om economische schokken op te vangen. In tijden van crisis bleek de koppeling aan goud moeilijk vol te houden.

Kan de goudstandaard vandaag opnieuw worden ingevoerd?
Theoretisch is het mogelijk maar in de praktijk wordt dit als onwaarschijnlijk gezien. Moderne economieën vereisen flexibiliteit in monetair beleid, wat lastig te combineren is met een vaste koppeling aan goud.

Maak kennis met Doijer & Kalff
Open account Mijn D&K Klantenservice