De goudprijs kent een lange geschiedenis die nauw verweven is met de ontwikkeling van het monetaire systeem. Decennialang lag de prijs vast, in een tijd waarin valuta direct aan goud gekoppeld waren. Sinds het loslaten van de goudstandaard in 1971 beweegt goud op een vrije markt en laat het duidelijke cycli zien. Periodes van sterke stijging worden afgewisseld met correcties en jaren van relatieve rust.
In deze uitleg leest u:
Voor 1971 was de goudprijs geen marktprijs. Onder het Bretton Woods-systeem lag de koers vast op 35 dollar per troy ounce, waarbij centrale banken dollars konden inwisselen tegen goud tegen die vaste koers.
Deze vastlegging zorgde voor decennia van stabiele wisselkoersen en een voorspelbaar internationaal betalingsverkeer. Pas toen de Verenigde Staten op 15 augustus 1971 de koppeling met goud loslieten, kwam de goudprijs vrij tot stand op de markt. Voor meer achtergrond hierover, zie het artikel over de goudstandaard.
Het loslaten van de goudstandaard viel samen met een periode van hoge inflatie, twee oliecrises en brede economische onzekerheid. Beleggers zochten naar tastbare waardeopslag, waardoor de vraag naar goud sterk toenam.
In januari 1980 bereikte de goudprijs een eerste grote piek van ongeveer 850 dollar per troy ounce. Gecorrigeerd voor inflatie komt die piek overeen met een aanzienlijk hoger niveau in hedendaagse koopkracht, wat aangeeft hoe uitzonderlijk die beweging destijds was.
Na de piek van 1980 volgde een langdurige neerwaartse en later zijwaartse fase. Deze jaren vielen samen met dalende inflatie, economische groei en toenemend vertrouwen in financiële markten.
De aandacht van beleggers verschoof naar aandelen, obligaties en later technologieaandelen in de aanloop naar de dotcombubbel. Op 25 augustus 1999 noteerde goud een dieptepunt van ongeveer 252 dollar per troy ounce. In april 2001 werd een vergelijkbaar niveau bereikt rond 256 dollar, waarna de markt geleidelijk begon te herstellen.
Vanaf het begin van de 21e eeuw kwam goud in een nieuwe stijgende cyclus. De nasleep van de aanslagen van 11 september 2001, de dotcomcrisis en later de financiële crisis van 2008 zorgden voor hernieuwde vraag naar edelmetaal.
Ruim monetair beleid en onzekerheid binnen het financiële systeem versterkten deze beweging. Op 6 september 2011 bereikte goud een recordstand van ongeveer 1.920 dollar per troy ounce. Dat niveau markeerde het einde van een periode van bijna tien jaar aanhoudende stijging.
Na de piek van 2011 volgde een correctie en daarna een langere periode van consolidatie, waarin de goudprijs binnen een relatief smalle bandbreedte bewoog.
Hogere reële rentes, een sterkere dollar en vertrouwen in economisch herstel zorgden ervoor dat goud meerdere jaren geen nieuwe recordniveaus bereikte. Deze fase wordt vaak gezien als een natuurlijke stabilisatie na de sterke stijging in de jaren daarvoor.
Vanaf 2019 begon goud opnieuw aan een opgaande beweging. Lage rente, ruim monetair beleid tijdens de coronacrisis en geopolitieke spanningen droegen bij aan een toenemende vraag.
Vanaf 2022 kwam daar een extra factor bij in de vorm van structurele aankopen door centrale banken. Dit zorgde voor een stevige onderliggende vraag in de markt.
In augustus 2024 brak de goudprijs voor het eerst door de grens van $2.500 per troy ounce. Op 14 maart 2025 werd vervolgens de grens van $3.000 per troy ounce gepasseerd, in april 2025 gevolgd door $3.500 per troy ounce. In oktober 2025 brak de goudprijs voor het eerst in de geschiedenis door de grens van $4.000 per troy ounce heen. Eind januari 2026 volgde een nieuwe mijlpaal toen goud voor het eerst boven 5.000 dollar per troy ounce uitkwam.
De goudprijs wordt beïnvloed door meerdere factoren tegelijk en zelden door één variabele:
Sinds het loslaten van de goudstandaard begin jaren zeventig heeft goud over een zeer lange tijdshorizon een gemiddelde prijsstijging van circa 8 procent per jaar laten zien. Dit gemiddelde zegt echter weinig over individuele jaren.
Er zijn decennia geweest waarin goud vrijwel zijwaarts bewoog, en periodes waarin de prijs in korte tijd sterk steeg. De geschiedenis laat zien dat het metaal zich in duidelijke cycli beweegt, waarbij sterke stijgingen doorgaans worden afgewisseld met correcties en stabilisatie.
Historische rendementen bieden geen garantie voor de toekomst.
Wanneer bereikte goud belangrijke pieken?
Belangrijke pieken lagen rond 1980, 2011 en in de recente jaren waarin nieuwe recordniveaus zijn bereikt.
Heeft goud lange periodes van daling gekend?
Ja. Na 1980 volgde een periode van bijna twee decennia waarin goud daalde en later zijwaarts bewoog. Ook na 2011 volgde een correctie en een langere periode van stabilisatie.