De zilverprijs heeft zich de afgelopen halve eeuw in duidelijke cycli ontwikkeld. Lange periodes van relatieve rust worden afgewisseld met fases waarin de prijs in korte tijd sterk stijgt of corrigeert. Deze bewegingen hangen samen met economische ontwikkelingen, industriële vraag en veranderingen in het monetaire beleid. In deze uitleg leest u hoe zilver zich sinds het loslaten van de goudstandaard heeft bewogen, welke pieken en dalen de prijs heeft gekend en welke factoren die ontwikkeling doorgaans drijven.
Op 15 augustus 1971 zette de Verenigde Staten de convertibiliteit van de dollar naar goud stop, een gebeurtenis die later bekend kwam te staan als de Nixon Shock. Daarmee werd de goudstandaard definitief losgelaten en ontstond voor het eerst in moderne tijden een volledig vrije markt voor edelmetalen. Vanaf dat moment werd ook de zilverprijs uitsluitend bepaald door vraag en aanbod, zonder formele koppeling aan een munteenheid.
Zilver ontwikkelde zich daarbij anders dan goud. Waar goud zijn monetaire rol behield, werd zilver in toenemende mate beïnvloed door industriële toepassingen. Dat maakt de zilverprijs gevoeliger voor economische cycli.
Eind jaren zeventig en begin jaren tachtig kende zilver een uitzonderlijk sterke stijging. Deze periode werd gekenmerkt door hoge inflatie, economische onzekerheid en een sterke toename van speculatieve vraag. Tegelijkertijd trokken de Texaanse broers Nelson en Herbert Hunt, samen met bondgenoten, een groot deel van de wereldvoorraad aan zilvercontracten naar zich toe.
Op 18 januari 1980 bereikte zilver daardoor een recordniveau van $49,45 per troy ounce. Toen de beurs op 27 maart 1980, later bekend als Silver Thursday, de margevoorwaarden aanscherpte, stortte de markt in. Deze fase geldt als een van de meest extreme bewegingen in de moderne geschiedenis van zilver en zou ruim drie decennia als nominale top blijven staan.
Na de piek volgde een langdurige fase waarin de zilverprijs daalde en vervolgens stabiliseerde. Tussen ongeveer 1990 en 2003 bewoog zilver in een bandbreedte van $4 tot $7 per troy ounce. Deze periode viel samen met dalende inflatie, sterke economische groei en een toenemend vertrouwen in financiële markten.
Zilver gold in deze jaren voornamelijk als industrieel metaal en de beleggingsvraag bleef relatief beperkt.
Vanaf het begin van de 21e eeuw kwam zilver opnieuw in een opwaartse trend. Economische onzekerheid, de dotcomcrisis en later de financiële crisis van 2008 zorgden voor hernieuwde aandacht voor edelmetalen. Tegelijkertijd nam de industriële vraag gestaag toe, onder meer door technologische ontwikkelingen.
Deze combinatie leidde tot een tweede piek: op 25 april 2011 kwam zilver uit op bijna $49,80 per troy ounce, opnieuw vlak onder het record uit 1980.
Na de piek van 2011 volgde een correctie en een langere periode van stabilisatie. Een sterkere dollar, oplopende rente en toenemend vertrouwen in economisch herstel drukten de vraag naar edelmetalen.
Zilver bewoog grotendeels zijwaarts en noteerde in deze jaren meestal tussen de $15 en $20 per troy ounce. Dit type fase is kenmerkend voor markten na een sterke stijging, waarin vraag en aanbod opnieuw naar balans zoeken.
De coronacrisis vormde een belangrijk kantelpunt. Door wereldwijde lockdowns viel de industriële productie stil en, omdat een groot deel van de zilvervraag juist industrieel is, werd het metaal in eerste instantie harder geraakt dan goud. Op 18 maart 2020 zakte de zilverprijs richting $12 per troy ounce, een van de scherpste dalingen ooit.
Deze daling was echter van korte duur. Grootschalige stimuleringsmaatregelen, lage rentes en oplopende onzekerheid over het financiële systeem zorgden voor een krachtig herstel. Tegelijkertijd trok de industriële vraag weer aan naarmate de economie heropende.
In de jaren daarna ontstond een nieuwe dynamiek. De vraag naar zilver groeide structureel, mede door toepassingen in de energietransitie en technologie, terwijl het aanbod vanuit de mijnbouw beperkt bleef. Volgens het Silver Institute bereikte de industriële vraag in 2024 een recordniveau van 680,5 miljoen troy ounce en kende de zilvermarkt voor het vijfde achtereenvolgende jaar een fors tekort.
In de loop van 2025 brak zilver uit boven de $40 en vervolgens boven de $50 per troy ounce, voor het eerst sinds 1980. Daarmee liet zilver zijn beste jaar in decennia zien.
Begin 2026 zette de trend versneld door. Op 29 januari 2026 bereikte zilver een nieuw nominaal all-time high van $121,67 per troy ounce, omgerekend ongeveer €3.200 tot €3.250 per kilogram.
Deze piek werd gedreven door een combinatie van aanhoudende industriële tekorten, een krappe voorraadpositie op de COMEX en een verschuiving van beleggerskapitaal richting fysieke activa. Slechts enkele dagen later volgde een scherpe correctie.
De zilverprijs wordt door meerdere factoren tegelijk beïnvloed. Economische groei speelt een belangrijke rol vanwege de industriële toepassingen van zilver; in periodes van groei neemt de vraag vanuit technologie, elektrische voertuigen en zonnepanelen toe.
Monetair beleid werkt daarnaast door in de relatieve aantrekkelijkheid van edelmetalen. Lage rentes en ruim beleid maken zilver doorgaans aantrekkelijker ten opzichte van rentedragende activa.
Ook geopolitieke spanningen en economische onzekerheid kunnen de vraag naar zilver als alternatief activum vergroten. Tegelijk vormen de structurele tekorten, die sinds 2021 onafgebroken zijn, een belangrijke onderliggende factor in de markt.
De geschiedenis van zilver laat zien dat het metaal in cycli beweegt. Korte periodes van sterke stijging worden afgewisseld met langere fases van stabilisatie of correctie.
Zilver reageert doorgaans sterker dan goud, omdat de markt in waarde kleiner is en de industriële vraag een grotere rol speelt. Historische prijsontwikkelingen bieden context, maar geen garantie voor de toekomst.
Wat waren de belangrijkste piekmomenten voor zilver?
Drie pieken springen eruit: $49,45 per troy ounce op 18 januari 1980 (Hunt-affaire), bijna $49,80 per troy ounce op 25 april 2011 en het all-time high van $121,67 per troy ounce op 29 januari 2026.
Heeft zilver lange periodes van daling gekend?
Ja. Na 1980 volgde een langdurige dalende fase, gevolgd door stabilisatie tussen 1990 en 2003. Ook na 2011 trad een correctie op, gevolgd door een zijwaartse beweging tot 2020.
Is het record van januari 2026 het absolute hoogtepunt ooit?
Nominaal wel. Inflatiegecorrigeerd ligt de piek van 1980 nog altijd hoger, omgerekend naar hedendaagse koopkracht op ongeveer $195 per troy ounce.