Goud en zilver worden vaak samen genoemd als edelmetalen voor vermogensbehoud. Toch verschillen ze op meerdere fundamentele punten. Die verschillen bepalen hoe beide metalen zich gedragen in verschillende marktomstandigheden en waarom beleggers ze doorgaans niet als uitwisselbare alternatieven zien.
In dit artikel worden de belangrijkste kenmerken naast elkaar gezet, zodat duidelijk wordt waarin goud en zilver van elkaar verschillen en hoe zij zich tot elkaar verhouden op de volgende punten:
• Monetaire rol
• Schaarste en aanbod
• Industriële vraag
• Marktomvang en liquiditeit
• Volatiliteit
• Fiscale behandeling
Goud vervult al eeuwen een centrale rol binnen het financiële systeem. Centrale banken houden het aan als onderdeel van hun reserves, mede vanwege de onafhankelijkheid van valuta en tegenpartijen. Wereldwijd gaat het om tienduizenden tonnen goud.
Zilver had historisch eveneens een monetaire functie, maar is in de twintigste eeuw grotendeels uit het geldsysteem verdwenen. Waar goud nog altijd een plaats heeft op centralebankbalansen, is zilver tegenwoordig vooral een combinatie van beleggers- en industrieel metaal.
Geologisch komt zilver ongeveer vijftien keer vaker voor dan goud in de aardkorst. Op basis daarvan zou je verwachten dat zilver ook ongeveer vijftien keer goedkoper is dan goud.
In de praktijk ligt die verhouding echter meestal veel hoger. Goud is vaak tientallen keren duurder dan zilver. Dat verschil ontstaat doordat de beschikbaarheid van metalen op de markt niet alleen wordt bepaald door wat er in de grond zit, maar vooral door hoe ze worden gewonnen en gebruikt.
Zilver wordt voor een groot deel gewonnen als bijproduct van andere metalen, zoals koper en zink. Daardoor reageert het aanbod minder direct op prijsveranderingen. Bij goud ligt dat anders: de productie is sterker gericht op het metaal zelf.
Het gevolg is dat de prijsverhouding tussen goud en zilver (de goud-zilverratio) structureel afwijkt van de natuurlijke verhouding in de aardkorst. Meer hierover leest u in het artikel over de goud-zilverratio.
Een belangrijk verschil tussen beide metalen ligt in de vraagzijde. Bij zilver komt een groot deel van de vraag uit industriële toepassingen, zoals elektronica, zonnepanelen en medische technologie.
Bij goud ligt dat anders. Het grootste deel van de vraag komt uit sieraden, beleggingen en centrale banken, terwijl de industriële toepassing een relatief kleine rol speelt.
Daardoor reageert zilver sterker op economische ontwikkelingen, terwijl goud meer wordt beïnvloed door monetaire factoren zoals rente en valuta.
De goudmarkt is in waarde aanzienlijk groter dan de zilvermarkt. Hierdoor kunnen grotere transacties plaatsvinden zonder directe impact op de prijs.
De zilvermarkt is kleiner en reageert sneller op veranderingen in vraag en aanbod. Dit vertaalt zich in grotere prijsschommelingen.
Zilver beweegt doorgaans sterker dan goud, zowel omhoog als omlaag. In opgaande markten kan zilver sneller stijgen, maar in dalende markten ook harder corrigeren.
Goud kent over het algemeen een stabieler verloop. Prijsbewegingen zijn minder extreem, wat het metaal een ander risicoprofiel geeft.
Binnen de Europese Unie is fysiek beleggingsgoud vrijgesteld van btw, mits het voldoet aan de gestelde eisen voor vorm en zuiverheid.
Voor zilver geldt deze vrijstelling in principe niet. In Nederland wordt bij aankoop van fysiek zilver btw geheven. Echter bestaan er mogelijkheden om zilver BTW-vrij te kopen en verkopen, bijvoorbeeld via opslag in een douane-entrepot.
Hoe dit precies werkt, leest u in het artikel over zilver en btw en de rol van het douane-entrepot.
Kan zilver dezelfde rol vervullen als goud?
Zilver beweegt vaak mee met goud, maar reageert sterker op economische ontwikkelingen door de industriële vraag.
Waarom is zilver volatieler dan goud?
Door de kleinere marktomvang en de grotere afhankelijkheid van industriële toepassingen.
Welke edelmetalen worden nog meer gebruikt als belegging?
Platina en palladium zijn alternatieven, maar worden sterker gedreven door industriële vraag.